Elektrisch rijden op vervuilende benzine

Duurzaam ondernemen

2 mei 2012

Zoals de befaamde strateeg Michael Porter, hoog­leraar aan de Harvard Business School, stelt: ‘duurzaamheid gaat niet alleen over productinnovatie, maar ook over keteninnovatie’. Vooral de laatste neemt veel tijd.

Dat stelt Robert van der Laan, partner Sustainability, in het Financieele Dagblad. Lees hieronder het gehele artikel:

Neem als voorbeeld iemand die recentelijk een elektrische auto kocht. Met deze innovatie wordt door hem niet alleen een kleine bijdrage beoogd aan klimaatdoelstellingen van de gemeente Amsterdam. Nee, er ligt ook een keiharde businesscase onder.

Om innovatie te versnellen moet de koper van de auto immers kunnen berekenen wat elektrisch rijden oplevert; hij wil geen dief van zijn eigen portemonnee zijn. Een elektrische auto is duurder in aanschaf, maar dat wordt - in zijn geval - gecompenseerd door ­lagere belastingdruk en brandstofbesparing.

Toch rijdt de elektrische auto na twee dagen weer op dure niet-duurzame benzine. De oorzaak ligt in de keten. Aan het einde van die keten komen zes spelers samen: de autodealer, de leasemaatschappij, de gemeente, de dienstverlener die de oplaadpunten plaatst, de energiemaatschappij en de automobilist.

Zo stimuleert het gemeentebeleid elektrisch rijden, maar het mag natuurlijk niet te veel gemeenschapsgeld kosten. Er moet een oplaadpaal geplaatst worden, maar de eigenaar van de auto heeft geen tuin. De traditionele brandstofpas van de leasemaatschappij wordt een elektropas, maar die werkt niet aan de pomp. Kortom: nieuwe spelers, verwarring over ieders rol en de automobilist wordt van het kastje naar de muur ­gestuurd.

Organisaties kunnen meer doen om ketensamenwerking te verbeteren. Bijvoorbeeld door er in hun jaarverslag verantwoording over af te leggen. Daarmee spoort een organisatie zichzelf aan met keteninnovatie aan de slag te gaan. Immers, de keten is zo sterk als de zwakste schakel.