4 maart 2013
Bij een derde van alle faillissementen is sprake van onregelmatigheden. Het is daarom belangrijk dat ondernemingen zich minder kwetsbaar maken voor deze snelst groeiende vorm van economische criminaliteit.

Volgens het CBS gingen in 2012 elke maand 600 ondernemingen bankroet (tien procent meer dan in 2011) en voor dit jaar wordt een vergelijkbare score verwacht. ‘Daardoor zal ook het aantal ‘sjoemelgevallen’ op een verontrustend hoog niveau blijven. Met de toename van het aantal faillissementen wordt faillissementsfraude een steeds nijpender economisch en maatschappelijk probleem’, stelt André Mikkers, voortrekker van de anti-fraude praktijk van PwC.
200 verdachte faillissementen per maand
Hoogleraar Faillissementsfraude Tineke Hilverda schat dat in één op de drie gevallen (op het moment dus bij 200 faillissementen per maand) genoeg aanwijzingen zijn voor onrechtmatigheden om een nader justitieel onderzoek te rechtvaardigen. Bij minstens acht procent lijkt fraude een feit. Om tot deze constateringen te komen, heeft Hilverda duizenden faillissementsdossiers doorgewerkt.
Eigenaren of statutair directeuren die activa aan de boedel onttrekken op een moment dat ze redelijkerwijs weten dat het bedrijf bankroet zal gaan, komt het vaakst voor. Maar er zijn ook criminele organisaties van zogeheten bv-opkopers actief. Zij kopen noodlijdende vennootschappen op, schrijven ze over op de naam van katvangers, overladen deze met schulden en laten ze vervolgens bewust failliet gaan.
Zulke praktijken gedijen extra goed in crisistijd. Maar ze worden ook in de hand gewerkt doordat de kans op een (strafrechtelijk) onderzoek klein is. Dat komt omdat de Insolventiewet, die dringend aan herziening toe is, voorschrijft dat een curator moet worden betaald uit de boedel. Maar bij verdachte faillissementen is de pot meestal leeg. Een vasthoudende curator kan een beroep doen op (gedeeltelijke) compensatie door Justitie, maar een aanvraag kost veel tijd en bovendien is het daarvoor beschikbare tegoed ontoereikend.
Alarmsysteem Radar schiet tekort
Ook de in 2011 van kracht geworden wet om het voor katvangers minder makkelijk te maken om zich in het handelsregister te laten inschrijven als statutair directeur van een vennootschap (nodig bij fraude met plof-bv’s), blijkt in de praktijk nauwelijks effect te hebben. De controle op verdachte meldingen door het speciaal ontwikkelde alarmsysteem Radar schiet tot nog toe tekort.
De kans dat een mogelijke fraudeur strafrechtelijk wordt vervolgd, is door dit alles dan ook maar twee procent. Intussen loopt de maatschappelijke en economische schade op. Vorig jaar bleef voor ongeveer 4,5 miljard euro aan oninbare rekeningen achter in faillissementen, aldus een schatting van de vereniging voor curatoren Insolad.
Volgens de bevindingen van onderzoeker Hilverda moet er dus jaarlijks 1,5 miljard euro worden afgeschreven vanwege faillissementen met een geurtje, die bovendien voor een deel misschien wel voorkomen hadden kunnen worden.
Kettingreactie zorgt voor meer schade
Maar daarmee is nog niet de gehele schade in kaart gebracht, benadrukt Mikkers: ‘Bij een bankroet ontstaat een kettingreactie. Bedrijven die nog net het hoofd boven water konden houden, gaan door het wegvallen van hun vordering alsnog ten onder. Bij een normaal faillissement is dit al een hard gelag, maar het is onverteerbaar als achteraf blijkt dat het bankroet mede het gevolg is van fraude en dus deels had kunnen worden voorkomen.’
Plausibiliteitsonderzoek
In alle gevallen vinden Martijn Schut en Marleen van Boven, leden van het fraudepreventieteam van PwC, het verstandig om een plausibiliteitsonderzoek te (laten) doen naar afnemers en leveranciers die vitaal zijn voor de continuïteit van de onderneming.
Schut: ‘Daarvoor moet je natuurlijk wel eerst weten wie dat zijn. Welke afnemers zijn door hun omvang of specifieke vraag onmisbaar en welke leveranciers zijn van vitaal belang voor de bedrijfsvoering? Heel vaak blijkt dat deze toch strategisch zeer belangrijke informatie niet eerder is verzameld.’
‘Alleen daarom al verdient de investering in zo’n plausibiliteitsonderzoek zich snel terug’, stel Van Boven. ‘Je leert de strategische kwetsbaarheden van de organisatie beter kennen en het geeft medewerkers houvast om problemen bij belangrijk geachte zakenpartners eerder op te merken. Zo ook de kans op een mogelijk faillissement.’
Alleen franco leveren
Zijn er genoeg aanwijzingen dat er iets mis gaat of dreigt te gaan, dan is het tijdig verbreken van de zakelijke relatie het meest geëigende middel. Maar als dat niet kan, omdat er nu eenmaal langdurige contractuele verplichtingen zijn of om een andere reden, is het raadzaam om alleen nog franco (tegen contante betaling bij aflevering) te leveren, adviseren Schut en Van Boven.
Fraudespecialist André Mikkers tot slot: ‘Steeds weer blijkt dat organisaties die aan preventie doen en alert zijn op misstanden, een voorsprong hebben. Bij de bestrijding van de gevolgen van fraude is timing van het hoogste belang. De crediteur die als eerste problemen voorziet, kan doorgaans zijn vordering nog wel innen. Voordat de paniek – en erger – toeslaat bij het probleembedrijf.’
Dit artikel is een verkorte versie van een uitgebreider artikel over faillissementsfraude dat is verschenen in Inzake uw Zaken, het relatieblad van PwC. U kunt Inzake uw Zaken downloaden via de link aan de rechterkant van deze tekst.