Tax Structuring

23 april 2009

Haal familievermogens terug naar Nederland

De vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) is onduidelijk voor buitenlandse directeur-grootaandeelhouders. Velen vestigen hun beleggingsvennootschap niet in Nederland, waardoor de komst van nieuw familievermogen naar Nederland achterwege blijft.

Dat schrijft Jeroen te Veldhuis, werkzaam bij PricewaterhouseCoopers Belastingadviseurs, in Het Financieele Dagblad van 23 april 2009. Volgens Te Veldhuis is het hoog tijd dat de staatssecretaris van Financiën 'zijn verantwoordelijkheid neemt en op dit punt snel duidelijkheid schept. Bij voorkeur via afschaffing van de buitenlandse belastingplicht voor deze situatie of door middel van een bevestiging van mijn verdragsinterpretatie'.

Het volledige artikel is als volgt:

'Sinds het fiscale regime voor de vbi in 2007 is ingevoerd, woedt er discussie over de fiscale gevolgen voor de in het buitenland woonachtige dga. De vbi maakt het mogelijk om voor beleggingsvennootschappen de heffing van (maximaal) 25,5% vennootschapsbelasting te mitigeren.

Echter, op dit moment is volstrekt onduidelijk of Nederland zijn heffingsrechten over inkomsten uit het regime ook onder de belastingverdragen kan effectueren. Ik ben van mening dat dit in de meeste gevallen niet mogelijk is, waardoor de vbi voor vermogende emigranten kan worden toegepast zonder heffing van Nederlandse inkomstenbelasting over (forfaitaire) dividenden en latere vermogenswinsten.

Op grond van de buitenlandse belastingplicht, opgenomen in de inkomstenbelasting, kan belastingheffing over het aandelenbezit in een vbi van een buitenlandse grootaandeelhouder in Nederland plaatsvinden. Belastingverdragen kunnen deze heffingsbevoegdheid van Nederland inperken. In de meeste gevallen is het naar mijn mening niet mogelijk om belastingheffing over inkomsten uit een vbi te effectueren onder deze verdragen. Hierdoor is het toepassen van de vbi voor vermogende emigranten mogelijk, zonder heffing van Nederlandse inkomstenbelasting over (forfaitaire) dividenden en vermogenswinsten.

Dit betekent dat het vbi-regime een goed alternatief kan vormen voor verplaatsing van beleggingsvennootschappen naar het buitenland. Daarnaast zou het gevolg van een dergelijke verdragsuitleg zijn dat op deze wijze beleggingsvermogen van in het buitenland woonachtige vermogende families (terug) naar Nederland kan gaan vloeien. De vbi gaat hierdoor fungeren als een waardig Nederlands alternatief voor allerlei exotische buitenlandse beleggingsstructuren.

Binnen de Belastingdienst wordt over de fiscale behandeling van de buitenlandse grootaandeelhouder van een vbi verschillend gedacht. Vanuit het rechtszekerheidsbeginsel is dringend gewenst dat de staatssecretaris van Financiën zijn verantwoordelijkheid neemt en op dit punt snel duidelijkheid schept. Bij voorkeur via afschaffing van de buitenlandse belastingplicht voor deze situatie of door middel van een bevestiging van mijn verdragsinterpretatie.

Zolang dat niet gebeurt, zal een groot aantal vermogende landgenoten door de opgetrokken mistbanken rond ons polderlandschap richting zonnige oorden blijven vertrekken met hun beleggingsvennootschap. Tevens blijft de komst van nieuw familievermogen naar Nederland dan achterwege.

Kortom, als deze kwestie niet adequaat wordt opgepakt, is dat zeker een gemiste kans voor stimulering van de Nederlandse financiële sector.'


© 2006-2007 PricewaterhouseCoopers. All rights reserved. PricewaterhouseCoopers refers to the network of member firms of PricewaterhouseCoopers International Limited, each of which is a separate and independent legal entity.