3 februari 2012
Nederland is gebaat bij een fiscale variant van de Tabaksblat-code voor goed ondernemingsbestuur. Daarin zou moeten staan hoe bedrijven hun interne fiscale organisatie op orde moeten hebben. Ze mogen wel een afwijkend ‘tax control framework’ hebben, maar zullen moeten uitleggen waarom. Dat stelt fiscalist Eelco van der Enden, partner bij PwC en docent op Universiteit Nyenrode, in het Financieele Dagblad.
Lees het gehele artikel uit het FD hieronder:
Van der Enden is al jaren pleitbezorger van het zogeheten horizontaal toezicht door de Belastingdienst. Uitgangspunt van deze nog jonge vorm van belastingcontrole is wederzijds vertrouwen tussen fiscus en belastingplichtige onderneming. Als een bedrijf kan aantonen de belastingrisico’s goed in beeld te hebben, oftewel beschikt over een goed functionerend ‘tax control framework’, stelt de fiscus zich zeer coöperatief op. Snelle zekerheid over belastingkwesties en lagere administratieve lasten maken horizontaal toezicht voor beide partijen aantrekkelijk.
Wat zes jaar geleden begon als een experiment, waarbij een aantal grote bedrijven als proefkonijn fungeerde, is inmiddels uitgegroeid tot een brede Nederlandse aanpak. Van der Enden constateert dat steeds meer landen de pluspunten van horizontaal toezicht inzien. ‘In ontwikkelde landen als Zuid-Korea en China maar ook in groeimarkten als Oekraïne en Kenia wordt het met beide handen aangegrepen. Die landen voeren horizontaal toezicht in hoog tempo in. Zij worstelen niet met de wet van de remmende voorsprong.’ Het ministerie van Financiën biedt daarbij hulp. Zo krijgen Slovenië en Kroatië ondersteuning vanuit Den Haag.
Uit het recente halfjaarsrapport van de Belastingdienst blijkt echter dat de doelstellingen in Nederland niet gehaald worden. Bedrijven slagen er kennelijk nog onvoldoende in hun bedrijfsprocessen zo in te richten dat de belastingaspecten ervan onder controle zijn of dat hierover duidelijk gerapporteerd kan worden.
Volgens Van der Enden is de oorzaak dat belastingzaken in de bestuurskamer te weinig aan bod komen. ‘Fiscaliteit heeft nog steeds geen plek in de boardroom, zoals dat bij treasury, verkoop, fusies en overnames wel het geval is.’
Naleving van de belastingregels is volgens hem een doodnormale plicht van burgers en bedrijven. De convenanten die de Belastingdienst nu op grote schaal sluit met bedrijven en bedrijfstakorganisaties zijn wat hem betreft dan ook overbodig. ‘Het zijn niet meer dan intentieverklaringen. Het gaat natuurlijk om de stevigheid van de interne controle.’
De onbewuste fouten die ondernemingen maken, zijn te voorkomen door aandacht te schenken aan de mensen, ICT-systemen en interne organisatie. Dat betekent dat bij het opzetten van een tax control framework meer disciplines moeten worden ingeschakeld dan de fiscaal-juridische. Van der Enden ziet dan ook een groeimarkt voor ICT’ers, accountants en organisatiedeskundigen met oog voor fiscale processen.