15 oktober 2009
Een aantal belastingadvieskantoren, waaronder PricewaterhouseCoopers (PwC), heeft met de Belastingdienst een ‘Nadere afspraak’ gesloten over de aangiften vennootschapsbelasting (Vpb) 2006, 2007 en 2008 van woningcorporaties.
De Nadere afspraak (hierna ‘VSO intermediairsconvenant’ of ‘convenant’) gaat over praktische aangelegenheden aangaande de aangiften Vpb voor de jaren 2006 tot en met 2008. In het VSO intermediairsconvenant zijn afspraken gemaakt hoe er wordt omgegaan met het aangifteproces, standpunten die voor discussie vatbaar zijn en de manier waarop toezicht wordt uitgeoefend door de Belastingdienst. PwC verbindt zich als intermediair om te handelen conform de regels uit het convenant, voor corporaties die onder het convenant willen vallen.
Aansluiting woningcorporaties
Woningcorporaties kunnen zich conformeren aan de inhoud van het intermediairsconvenant via de aansluitingsovereenkomst met de fiscaal intermediair (PwC). Daarmee sluit de woningcorporatie zich aan bij gemaakte afspraken in het intermediairsconvenant.
Het convenant bepaalt dat PwC samen met de corporaties de aangiften Vpb kwalificeert als aanvaardbare aangiften. Dit betekent dat de aangifte Vpb geen materiële fouten mag bevatten. Aan de hand van het aangiftedossier moet de Belastingdienst dit kunnen controleren.
Relevante standpunten
Verder bepaalt het convenant dat PwC, ten aanzien van woningcorporaties die zich bij het convenant aansluiten, vooraf ingenomen of in te nemen relevante (fiscale) standpunten waarvan aan te nemen is dat er mogelijk discussie kan ontstaan over de uitleg van VSO i en/of II, voorlegt aan de Belastingdienst. Dit betekent dat de Belastingdienst vooraf inzicht krijgt in de ingenomen standpunten (in de aangifte) en dat zij daarvoor niet meer actief de aangifte Vpb hoeft te beoordelen of woningcorporaties hoeft te benaderen. In onderling overleg tussen de Belastingdienst, de corporatie en PwC worden standpunten afgestemd voordat de aangifte definitief wordt ingediend.
Hiertegenover staat dat de Belastingdienst zo spoedig mogelijk haar visie op ingenomen standpunten geeft. De Belastingdienst heeft aangegeven dat bij een dergelijk vooroverleg en de daarbij horende transparantie eventuele boetes in beginsel niet passen.
Metatoezicht
Onderdeel van het convenant is het zogenoemde metatoezicht van de Belastingdienst. Dit houdt in dat de fiscus bij de aangiftebeoordeling zal steunen op de al door de corporatie en PwC uitgevoerde werkzaamheden rondom het juist en volledig weergeven van de positie in de aangifte. Steekproefsgewijs controleert de Belastingdienst een aantal door PwC ingediende aangiften om te bezien of de aangifte aanvaardbaar is. Dit betekent dat niet alle aangiften van de betrokken corporaties integraal worden beoordeeld.
Verschil van inzicht
Het kan voorkomen dat de woningcorporatie en PwC met de Belastingdienst een verschil van mening hebben over de toepassing en/of uitleg van een bepaling van de VSO. Dan geldt het concept van agree to disagree, waardoor het discussiepunt zo snel mogelijk wordt voorgelegd aan de rechter. In dit geval wordt in ieder geval een boete voorkomen, ander praktisch voordeel is dat de rechtsvraag en de interpretatie van de feiten eenvoudig gescheiden worden. De discussie vindt namelijk in het heden plaats en niet een aantal jaar na indiening van de aangifte.
Meer weten over het intermediairsconvenant? Neem dan contact op met Petra Bangma-Engwerda van PwC.