14 september 2009
De rechtbank in Arnhem heeft in een feitelijke procedure beslist dat een bijgebouw van een beschermd monument een aanzienlijk lagere woz-waarde had dan de gemeente had vastgesteld.
De gemeente had voor het bijgebouw geen woonvergunning afgegeven. Het bijgebouw beschikte over minimale voorzieningen voor bewoning, maar werd toch bewoond. De gemeente had voor het bijgebouw een woz-waarde toegekend van 71.000 euro met als waardepeildatum 1 januari 2007. De eigenaar van het bijgebouw was van mening dat de woz-waarde nihil was, omdat een woonvergunning was geweigerd en het bijgebouw een monumentenstatus bezat.
De rechtbank was van oordeel dat de gemeente de vastgestelde woz-waarde niet goed had onderbouwd met bruikbare vergelijkingsobjecten en ook geen rekening had gehouden met het feit dat voor het bijgebouw geen woonvergunning kon worden verkregen. Verder achtte de rechtbank de monumentenstatus waardedrukkend. De eigenaar had echter niet aannemelijk gemaakt dat de woz-waarde nihil zou zijn. Het bijgebouw bezat nog wel enige waarde want het werd bewoond. De rechtbank stelde de woz-waarde uiteindelijk in goede justitie vast op 50.000 euro.
Bron: Rechtbank Arnhem, 15-4-2009, nr. 08/3274 (gepubliceerd 3-9-2009).