24 augustus 2009
Onderbesteding, lees: het niet volledig besteden van het beschikbare budget, is binnen gemeenten en provincies een actueel thema. Maar wanneer moet een gemeente of provincie onderbesteding daadwerkelijk beschouwen als een knelpunt? ‘Onderbesteding moet met ernst, maar wel genuanceerd worden beschouwd’, stelt Johan Rijneveld, adviseur Binnenlands Bestuur. Hij heeft een artikel geschreven over het onderwerp in het magazine Overheidsmanagement.
Het artikel is gebaseerd op onderzoek bij een tweetal provincies en een gemeente. Het artikel schetst een verkenning van de onderbestedingsproblematiek. Dat begint met de definitie van onderbesteding. In het dagelijks leven wordt het overhouden van geld over het algemeen niet als probleem ervaren. Voor een overheidsorganisatie is dit anders. Het gaat hier immers, enigszins simplistisch gesteld, niet om eigen middelen, maar om middelen van burgers en bedrijven.
In de praktijk blijkt onderbesteding diverse oorzaken te hebben. Afhankelijk van het type (overwegend intern, overwegend extern, volledig extern), de beïnvloedbaarheid (direct, indirect, niet beïnvloedbaar) en de vraag of het resultaat wel of niet is behaald, kan onderbesteding variëren in gradatie van ‘ernst’. In het artikel wordt een denkmodel gepresenteerd om de oorzaken van onderbesteding te bepalen. De oorzaken dienen, aan de hand van het gepresenteerde conceptuele kader, periodiek te worden geanalyseerd en hierop dient gericht actie te worden ondernomen. De PwC-professionals zetten hierbij hun kennis en ervaring in.
Het artikel lezen of behoefte aan meer informatie? Neem dan contact op met Johan Rijneveld.