8 oktober 2009
Naar verwachting worden in 2010 13,3 miljoen auto’s verkocht in Europa. Dat is vier procent minder vergeleken met 2009.

Dit stelt accountants- en adviesorganisatie PricewaterhouseCoopers (PwC) in haar kwartaalverkenning de Auto Analyst Note. Makers van kleinere, goedkopere auto’s hebben het meeste profijt van de overheidstimuleringsmaatregelen. De ingevoerde sloopregeling heeft een gematigd positief effect op de Nederlandse verkoop. De premie is lager vergeleken met andere landen, zoals Duitsland, waardoor er minder gebruik van wordt gemaakt.
Bescheiden
Albert Brouwer, automotiveleader en partner bij PricewaterhouseCoopers: 'Uit brancherapporten blijkt dat de sloopregeling op de Nederlandse markt slechts een bescheiden positief effect heeft op de nieuw verkochte auto’s. Over de eerste negen maanden lag de verkoop van nieuwe auto’s 25 procent lager vergeleken met dezelfde periode in 2008. Slechts bij 27 procent van de aangeschafte auto’s wordt gebruik gemaakt van de sloopregeling. Van de 85 miljoen euro beschikbaar gestelde slooppremie zit bovendien nog ruim de helft in de pot . In Duitsland bedraagt de premie 2500 euro. In Nederland bedraagt die duizend euro.
Verwachte daling
Als reactie op ingestorte automarkt werden slooppremieregelingen geïntroduceerd in bijna alle Europese landen. Hoewel in het eerste kwartaal van 2009 de autoverkopen daalden met zeventien procent, werd door de sloopregelingen een scherpere verwachte daling van 25 procent voorkomen. In juni 2009 steeg voor het eerst sinds veertien maanden de Europese autoverkoop met 4,7 procent en in augustus met vijf procent. In het derde kwartaal van 2009 werden er in Europa 3,4 miljoen auto’s verkocht. Dat is meer dan de 3,3 miljoen in het derde kwartaal van 2008. Het succes van de sloopregelingen zorgt er in veel gevallen voor dat het beschikbare budget voor deze regelingen vroegtijdig is opgedroogd. Dit zal van invloed zijn op de verkopen in het laatste kwartaal, zo verwacht PwC.
Consistent
Albert Brouwer: 'Veel experts zeggen dat de regelingen de vraag naar voren hebben getrokken. Deze gedachtegang klopt, maar wij zien aan de hand van onze cijfers nog een andere trend. In Nederland is er bijvoorbeeld een grote groep niet-traditionele autokopers die nu over de streep is getrokken en de kans heeft gepakt om goedkoop een kleine auto aan te schaffen. De Nederlandse vraag blijft daardoor in de toekomst relatief consistent'.
Deze theorie wordt ondersteund doordat diverse stimuleringsmaatregelen een zeer lage aanschafprijs van vijf- tot zesduizend euro hebben gecreëerd voor een nieuwe auto. Dit, gecombineerd met de relatief hoge gebruikskosten van een oude auto, heeft de aankoop van een kleine auto aantrekkelijker gemaakt. Deze resultaten zijn te zien in de hoge verkoop van auto’s in het A- t/m C-segment. In Duitsland werden bijvoorbeeld 610.000 auto’s in deze categorie verkocht. Terwijl in de andere segmenten negatieve verkoopcijfers zijn te rapporteren.