15 januari 2009
In afwachting van de beloofde Europese 'blue card' moet Nederland bij het aantrekken van kennismigranten blijven streven naar gelijkheid in behandelingstermijnen en de uitvoering van procedures. Daardoor kan een eenduidig en helder uitvoeringsbeleid ontstaan.

Dat schrijven Marike Maas en Suzanne Kayzer in Het Financieele Dagblad van 15 januari 2009. Maas en Kayzer zijn werkzaam binnen de internationale-mobiliteitspraktijk van PricewaterhouseCoopers (PwC).
'In tegenstelling tot de immigratie in het kader van asiel en gezinshereniging, wordt het hoog opgeleide buitenlandse werknemers de afgelopen tijd makkelijker gemaakt om toe te treden tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit zou het vestigingsklimaat voor ondernemingen in Nederland gunstig moeten beïnvloeden', aldus de PwC'ers.
Samenwerking
'Zo kent Nederland al enkele jaren de kennismigrantenregeling, die het hoog opgeleide buitenlanders mogelijk maakt om een verblijfsvergunning aan te vragen zonder dat daarnaast nog een aparte tewerkstellingsvergunning nodig is. Van meer recente datum is de samenwerking tussen de gemeenten Amsterdam en Amstelveen en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in het Expat Center. Expats die in Amsterdam of Amstelveen willen wonen, kunnen vrijwel direct na aankomst in Nederland hun verblijfsvergunning ophalen en aan het werk. Ook andere gemeenten werken samen met de IND aan speciale procedures voor hoog opgeleide werknemers die zich in die gemeentes willen gaan vestigen.
Een verbetering op nationaal niveau is de samenwerking tussen de IND en het CWI - inmiddels UWV Werkbedrijf - in het Digitaal Loket Arbeidsmigratie. Waar voorheen dezelfde informatie en documenten naar beide organisaties moest worden verstuurd, kan nu een gecombineerde aanvraag worden ingediend voor een inreisvisum en een tewerkstellingsvergunning. Deze worden gelijktijdig afgewikkeld, waardoor de totale doorlooptijd fors korter is.
Vergunning
Tegelijkertijd wordt op Europees niveau verder gewerkt aan de invoering van een 'blue card' naar het voorbeeld van de Amerikaanse 'green card'. Ook deze regeling combineert een vergunning voor werk en verblijf, waarbij de lidstaten zelf bevoegd blijven om te beslissen over het aantal buitenlanders dat tot de nationale arbeidsmarkt wordt toegelaten.
Al deze ontwikkelingen zijn verbeteringen ten opzichte van de eerdere situatie. Toch is het vaak lastig te bepalen welke procedure in individuele gevallen het meest passend is. Dit hangt vooral af van de individuele omstandigheden van de expat en de zakelijke belangen van de werkgever.
Kosten
Ook de kosten die met de verschillende procedures gepaard gaan zullen meer en meer een rol gaan spelen. Waar de mogelijkheden voor het verkrijgen van de benodigde visa en vergunningen zich steeds verder uitbreiden, zijn een goede oriëntatie en voorbereiding van essentieel belang voor zowel de Nederlandse werkgever als buitenlandse werknemer.
De IND zou, bij de ontwikkelingen op gemeentelijk en nationaal niveau, moeten blijven streven naar gelijkheid in behandelingstermijnen en de uitvoering van procedures zodat een eenduidig en helder uitvoeringsbeleid ontstaat.'