29 juni 2009
De bodem van de Nederlandse fusie- en overnamemarkt lijkt nog niet bereikt, zo blijkt uit de jongste ‘fusie- en overnamebarometer’ van accountants- en adviesorganisatie PricewaterhouseCoopers (PwC).

Slechts een derde van de 114 specialisten die aan de barometer deelnamen, verwacht dat de wereldwijde M&A-markt binnen een halfjaar herstel laat zien. Daarnaast verwacht maar een vijfde van de specialisten dat overnameprijzen hun dieptepunt hebben bereikt. Bovendien ervaart zeventig procent van de fusie- en overnamespecialisten momenteel historisch grote verschillen tussen koper en verkoper over de waarde van een onderneming. Dit bemoeilijkt het fusie- overnameproces. Daar komt bij dat 69 procent vindt dat de crisis de gesprekken met banken bemoeilijkt over financiering van overnames. Vanwege de moeizame kredietmarkt geeft een meerderheid (61 procent) prioriteit aan het versterken van de balans en de liquiditeitspositie boven fusies en overnames.
Grote onzekerheid
Er heerst onder fusie- en overnamespecialisten nog grote onzekerheid over het herstel van de markt. Weliswaar verdubbelde het aantal respondenten dat een toename verwacht van overnames binnen hun eigen sector in een halfjaar van 21 naar vijftig procent. En ook de verwachting met betrekking tot een toename van overnames door Nederlandse partijen steeg het afgelopen halfjaar, namelijk van vijftien naar 32 procent. Maar de pijplijn met targets is fors minder gevuld: slechts ruim een derde heeft de komende twaalf maanden aankooptransacties in het vooruitzicht, tegenover 55 procent een halfjaar geleden. Veertien procent (versus 29 procent een halfjaar geleden) is voornemens betrokken te raken bij verkooptransacties.
Het is daarom volgens Peter van Mierlo, managing partner van de Transactions Group van PricewaterhouseCoopers, allerminst zeker dat de fusie- en overnamemarkt het diepste punt voorbij is. 'Eén van de opvallendste conclusies is het contrast tussen de stijgende marktverwachting en de aan- en verkooptransacties die de respondenten zelf in het vooruitzicht hebben. De afgelopen zes maanden zijn meerdere verkooptrajecten gestaakt, nadat de eerste biedingen van prospectieve kopers binnenkwamen. Deze trend bevestigt dat het equilibrium tussen vraag en aanbod nog niet is bereikt.' Peter van Mierlo stelt dat in de huidige economische omstandigheden een fusie in plaats van een overname een interessantere strategische stap kan zijn. 'Bij fusies hoeven ondernemingen het enkel eens te worden over de onderlinge ruilvoet en minder over de absolute prijs.'
In de gaten
Volgens Peter van Mierlo houden nationale en internationale ondernemingen die wel een sterke kaspositie hebben, momenteel de markt zeer goed in de gaten om mogelijke overnamekandidaten op het juiste prijsniveau te kunnen kopen. 'De eerste periode van economisch herstel is het aantrekkelijkste moment om te kopen', aldus Peter van Mierlo.
Het feit dat maar een kwart (27 procent) niet wil wachten met overnames tot de eerste tekenen van economisch herstel, bevestigt de aarzelende houding van veel bedrijven. Bovendien heerst er onzekerheid over buitenlandse fusie- en overnamepartijen op de Nederlandse markt. Weliswaar verwacht 24 procent een stijging van het aantal fusies en overnames door buitenlandse partijen versus twaalf procent bij de vorige meting. Maar daar staat tegenover dat de groep die hierover geen voorspelling durft te doen, is gegroeid van veertien naar een 33 procent.
Gedwongen
Nederlandse fusie- en overnamespecialisten verwachten een toename van het aantal gedwongen verkopen van bedrijfsonderdelen. Maar liefst 84 procent van hen verwacht dat het aantal gedwongen verkopen sterk zal toenemen. Bovendien voorziet driekwart dat de schuldpositie van Nederlandse bedrijven dit jaar verder verslechtert. De huidige schuldenlast van Nederlandse bedrijven is volgens een meerderheid (62 procent) het gevolg van te dure overnames. Peter van Mierlo verwacht dan ook de komende zes maanden een forse stijging in het aantal transacties van dochterondernemingen die verkocht gaan worden door de moedermaatschappij als gevolg van hun financiële problemen.
Europa is nog steeds veruit de aantrekkelijkste regio voor het plegen van overnames. Azië, Noord-Amerika en Oost-Europa kampen met een sterke terugval. En ook de verwachte interesse van buitenlandse partijen op de Nederlandse M&A-markt zal met name vanuit Europa komen, terwijl de interesse van Aziatische bedrijven zal terugvallen, zo is de verwachting van de respondenten. De investeringskansen liggen vooral in de (semi)publieke sector, zoals gezondheidszorg (32 procent) en de energie-/nutssector (31 procent). Maar ook de farmaceutische industrie wordt door circa een kwart (24 procent) als interessante sector gezien voor fusies en overnames. De top drie verschilt niet van de vorige meting.
De PwC fusie- en overnamebarometer wordt elk halfjaar herhaald. Het onderzoek wordt door Motivaction uitgevoerd via internet. De laatste meting vond plaats tussen 26 mei en 8 juni 2009. De resultaten van de laatste meting en van de meting in december 2008 kunt u downloaden op www.pwc.nl/barometers.