De kracht van herhaling tijdens veilingprocedures

Algemeen

8 januari 2013

Voor verkopers tijdens veilingprocedures in de M&A-praktijk is het van belang de specifieke voorwaarden en spelregels die tijdens de verschillende fasen van de veiling gelden, duidelijk vast te leggen. Uit een recente uitspraak in kort geding blijkt dat onduidelijke communicatie nadelige gevolgen kan hebben voor de partij die uiteindelijk een beroep wil doen op die spelregels.

Het veilingproces

In september is een veilingprocedure geïnitieerd in het kader van de verkoop van alle aandelen in Rederij De Rotterdam B.V., eigenaar van het hotelschip de SS Rotterdam. Zoals niet ongebruikelijk bestond de veiling uit drie fasen:

  • Fase 1 diende te leiden tot een ‘non-binding offer’, waarvan de spelregels werden vastgelegd in een fase 1 procedurebrief;
  • Fase 2 moest leiden tot een ‘binding offer’, waarvan de spelregels werden vastgelegd in een fase 2 procedurebrief, en;
  • Fase 3 was bedoeld om te onderhandelen met één of twee bieders om tot ondertekening te komen. Hiervoor bestond geen aparte procedurebrief.

Start één-op-één gesprekken

Aan het einde van fase 2 deden feitelijk nog twee bieders mee, Veka Group en Westcord Hotels, waarmee door de verkoper één-op-één gesprekken zijn gestart. Voor wat betreft de procedure is toen niet geheel duidelijk gemaakt of hiermee fase 2 was afgerond en fase 3 ging beginnen. Saillant detail is dat de eigenaren van Veka Group en Westcord Hotels familieleden van elkaar zijn.

De besprekingen met Veka Group leidden al snel tot nagenoeg finale afspraken over de voorwaarden voor overname, waarna elk contact werd gestaakt. Maar, één dag voor de geplande ondertekening van de overeenkomst werd Veka Group meegedeeld dat de SS Rotterdam toch aan Westcord Hotels werd verkocht.

Beslaglegging en kort geding

Veka Group claimt dat een vrijwel perfecte overeenkomst tot stand is gekomen met de verkoper en legt beslag op de aandelen in Rederij De Rotterdam. Omdat de verkoper de aandelen moet leveren aan Westcord Hotels, start hij een kort geding tot opheffing van dat beslag, met het argument dat er geen overeenkomst met Veka Group tot stand is gekomen.

De verkopende partij beroept zich daarbij op de fase 1 en fase 2 procedure brieven. Daarin is vastgelegd dat de verkoper op ieder moment de besprekingen kan staken en dat eerst financiering, goedkeuring door toezichthouders en een positief advies van de ondernemingsraad moet zijn verkregen, voordat sprake kon zijn van een perfecte overeenkomst.

Overeenkomst tot stand gekomen?

De verkoper is in het ongelijk gesteld, omdat het volgens de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk is dat er wel een overeenkomst tot stand is gekomen met Veka Group. Volgens de rechter staat het vast dat de voorbehouden en spelregels niet meer of onvoldoende zijn gecommuniceerd door of namens de verkoper tijdens de laatste onderhandelingen.

Daarnaast wordt de verkoper verweten dat hij in het geval van Veka Group van zijn eigen procedure is afgeweken en zich daarom niet meer op het oorspronkelijke proces kan beroepen. Ook voor wat betreft de opschortende voorwaarden stelt de rechter dat deze niet tot onvoldoende duidelijk zijn gecommuniceerd tijdens de laatste onderhandelingen.

Deze uitspraak onderstreept het belang om de spelregels en voorwaarden van de veilingprocedure van begin tot eind steeds ondubbelzinnig te communiceren bij elke ontwikkeling in die procedure.

Bron: Vrz. Rechtbank Rotterdam, 18 december 2012, LJN: BY6522, de link naar de uitspraak is te vinden onder ‘interessante links’ aan de rechterkant van deze tekst.

Voor meer informatie over de kracht en het belang van herhaling tijdens veilingprocedures in de M&A praktijk kunt u contact opnemen met PwC Legal Services op 088 792 1587.