22 december 2008
Bij de opmars van de grote bedrijfstakpensioenfondsen naar hun definitieve vestiging als financiële grootmacht kunnen op pragmatische gronden de teugels van de taakafbakening lichtjes worden gevierd om op het geëigende moment de verplichtstelling te herzien.
Die conclusie trekt Pierre Akkermans van PricewaterhouseCoopers (PwC) in het oktobernummer van Pensioen Magazine. 'De voorgenomen aanpassing van de artikelen
5 tot en metn 7 van de Wet Bpf zou op die wijze kunnen worden geconditioneerd. Daarbij zou een horizonbepaling moeten worden gehanteerd. Tegelijkertijd zullen een mogelijk verlies van de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting en de verplichte deelneming als gevolg van een nieuwe procedure voor de Europese rechter intussen disciplinerend werken op al te uitbundige commerciële aspiraties. Daarom: laat duizend bloemen bloeien. Nederland pensioenland heeft er baat bij', aldus Akkermans.
Modernisering
De ‘Achtergrondnotitie’ van december 2006 over modernisering van onze pensioenuitvoering ging niet alleen over het veiligstellen van ons pensioenstelsel tegen Europese dreigingen, maar ook werd aangekondigd dat nog eens goed zou worden gekeken naar de marktordeningsbepalingen uit de Wet Bpf, om de dynamische ontwikkelingen bij Nederlandse pensioenreuzen als ABP en PGGM in goede banen te leiden.
Nieuwe spelers
Na de adviezen van Boot en Drijber is vaart gezet achter de introductie van de API, en wordt gewerkt aan de mogelijkheid om ondernemingspensioenfondsen te kunnen laten fuseren. Daarmee krijgt Nederland er twee nieuwe spelers op de pensioenmarkt bij. Eigenlijk zelfs drie, nu de API in twee vormen gestalte krijgt: een PPI voor zuivere premieovereenkomsten, en een API voor uitkeringsovereenkomsten. Nu zijn de bedrijfstakpensioenfondsen aan de beurt.
Pierre Akkermans overziet in het artikel het 'slagveld' van de pensioenmarkt en geeft een voorzet om uit de verscherpte verhoudingen te komen.