Pensioenfondsen

12 december 2008

Korten van pensioenen ultieme test voor solidariteit

Bij de huidige terugvallende dekkingsgraden van pensioenfondsen zal de solidariteit tussen verschillende groepen en regelingen van eenzelfde pensioenfonds op de proef worden gesteld.

door Pierre Akkermans

De Pensioenwet eist dat Nederlandse pensioenfondsen een financieel geheel vormen, ook wanneer ze verschillende pensioenregelingen uitvoeren. Als bij een pensioenfonds de ene regeling een financieel tekort heeft en de andere een overschot, heeft die eis tot gevolg dat er een subsidiërende solidariteit optreedt van de 'rijke' naar de 'arme' regeling. Op die manier hoeven de aanspraken in de arme regeling niet te worden gekort. We noemen dat ook wel het verbod op ring fencing. Die solidariteit bij pensioenfondsen wordt als wezenlijk gezien. Het onderscheidt hen van verzekeraars.

Dekkingsgraad 

Die regel kan wel eens heel actueel worden, nu uit berekeningen blijkt dat de gemiddelde dekkingsgraad van de zeshonderd Nederlandse pensioenfondsen rond de honderd procent is uitgekomen, en veertig procent in onderdekking zit (FD 4 dec). Zij kunnen dit wellicht alleen oplossen door te korten op pensioen.

De vraag is dan: hoe solidair moet je zijn bij die korting? Kortom, hoe hard is het verbod op ring fencing nu eigenlijk? In de praktijk zien we dat pensioenfondsen per pensioenregeling of groep deelnemers een eigen dekkingsgraad bijhouden en daarop per regeling een apart indexatiebeleid baseren. Dat kan ook toegepast worden bij kortingen.

Stel dat een fonds twee regelingen uitvoert, de een met een dekkingsgraad van 140 procent, de ander van honderd procent. De gemiddelde dekkingsgraad is 120 procent, ruim boven het wettelijk minimum van 105 procent. Het fonds geeft de deelnemers in de ene regeling geen indexatie, de andere een volledige. Het bestuur moet weliswaar aan ’evenwichtige belangenafweging’ doen. Maar het toekennen van indexaties naar rato van de eigen dekkingsgraad van een regeling is niet per se onevenwichtig.

Eis van solidariteit 

Dalen de dekkingsgraden naar respectievelijk 130 procent en negentig procent, dan is het gemiddelde van 110 procent nog net voldoende. Het fonds mag in de ene regeling nog blijven indexeren, maar in de andere nog niet korten op de aanspraken, ook al is de eigen dekkingsgraad onvoldoende. Dat vloeit tenslotte voort uit de eis van solidariteit.
 
Maar nu komt het. Stel dat de dekkingsgraden dalen tot 110 procent en zeventig procent, het gemiddelde wordt negentig procent, herstel is niet te verwachten. Er moet gekort worden. Hoe moet die korting dan plaatsvinden? Iedereen eenzelfde procentuele korting, hetgeen in de solidariteitsgedachte past, of anders?

Evenwichtig 

Hierover heeft het CDA bij de behandeling van de Pensioenwet indertijd vragen gesteld. Volgens de minister kunnen sociale partners daarover afspraken vastleggen in de uitvoeringsovereenkomst van het pensioenfonds. Is er niets afgesproken, dan geldt de eis van evenwichtige belangenafweging uiteraard nog. Wettelijke voorschriften voor de wijze van korting en de invulling van het begrip evenwichtige belangenafweging op dit punt wil de minister niet geven.

De uitkomst kan dus zijn dat de ene groep deelnemers wel gekort wordt en de andere niet, zodanig dat de gemiddelde dekkingsgraad weer op orde is. Dat kan zo zijn vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst, maar ook als dat niet zo is, hoeft een dergelijk besluit van het bestuur niet onevenwichtig te zijn. In de praktijk kunnen groepen deelnemers en gepensioneerden financieel dus geheel gescheiden worden gehouden. Niks solidariteit.

De conclusie is dan ook dat korten op aanspraken gedifferentieerd kan plaatsvinden, ook als geen interne dekkingsgraden worden bijgehouden. In de huidige tijd zal de solidariteit stevig getest worden. Ik wens de bestuurders veel evenwichtige belangenafweging toe.

- Pierre Akkermans is partner bij PricewaterhouseCoopers te Amsterdam.


© 2006-2007 PricewaterhouseCoopers. All rights reserved. PricewaterhouseCoopers refers to the network of member firms of PricewaterhouseCoopers International Limited, each of which is a separate and independent legal entity.