8 april 2009
De Europese beursintroductiemarkt beleefde in het eerste kwartaal van 2009 een nieuw dieptepunt. Het kwartaal gaat daarmee de geschiedenis in als het minst actieve kwartaal ooit.

De Europese beursintroductiemarkt heeft in het eerste kwartaal van 2009 met slechts 18 introducties (met een totale waarde van 9 miljoen euro) een nieuw dieptepunt bereikt. Slechts 11 van de introducties wisten waarde te creëren. Het eerste kwartaal van 2009 gaat daarmee de geschiedenis in als het minst actieve kwartaal ooit, stelt accountants- en adviesorganisatie PricewaterhouseCoopers in de meest recente IPO (Initial Public Offering) Watch Europe survey.
Bergafwaarts
Uit het rapport blijkt dat de totale waarde van beursgangen in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar is teruggevallen met ruim 99 procent. Zelfs het zwakke laatste kwartaal van 2008 telde nog 64 beursgangen waarmee in totaal 1,2 miljard euro werd opgehaald. Martin Coenen, director Transaction Services van PricewaterhouseCoopers: “Dit blijven moeilijke tijden. Het is snel bergafwaarts gegaan in Europa en nu is er een bijna complete stilstand te rapporteren. Het is niet te voorspellen hoe het volgende kwartaal eruit zal gaan zien. Er zijn ongetwijfeld veel bedrijven die behoefte hebben om naar de beurs te gaan, maar alleen de zeer dapperen wagen de sprong. Tot 2010 is de verwachting dat er niet een uiterst geschikt moment zal zijn om een IPO te doen. “
Successen
De Poolse Warsaw Stock Exchange telde binnen Europa de meeste beursintroducties. Deze beurs noteerde in totaal zes IPO’s die bij elkaar 6 miljoen euro opbrachten, tweederde van de totale Europese activiteiten. Het Poolse constructiebedrijf Hydrapres SA haalde met zijn IPO in totaal 4 miljoen euro op en was daarmee de grootste Europese beursintroductie. Naast de Poolse beurs werd er alleen aan de beurzen van Londen en Luxemburg geld opgehaald met een beursgang.
Met introducties aan de Londense Alternative Investments Market (één IPO), de NASDAQ OMX Europe (vier IPO’s), de NYSE Euronext (drie IPO’s), waar ook de Amsterdamse beurs deel van uitmaakt, en de Zwitserse beurs werd geen geld opgehaald. Drie van de achttien aandelenuitgiftes waren van niet-Europese bedrijven. Slechts één van deze uitgiftes, een Indiaanse bank, wist geld op te halen, te weten 1 miljoen euro.
In de rest van de wereld was ook niet veel activiteit waar te nemen. In Amerika waren er twee introducties. Deze waren goed voor een totale waarde van 564 miljoen euro. De Russische beurzen verwelkomden drie nieuwkomers, geen van hen wist geld te genereren.