7 februari 2013
Op 11 december 2012 is door de Eerste Kamer een wetswijziging aangenomen die gevolgen heeft voor de mogelijkheid van met name overheidsinstellingen om een langer dan gebruikelijke betalingstermijn te hanteren. Deze wetswijziging treedt op 16 maart 2013 in werking.

Europese richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstanden
Deze wetswijziging vindt haar oorsprong in de op 16 februari 2011 door de Europese Unie uitgevaardigde wijziging van de richtlijn betreffende betalingsachterstand bij handelstransacties. De uit 2000 stammende originele richtlijn stond aan de basis van artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel regelt dat de verschuldigde vertragingsrente bij handelstransacties (als partijen dit niet specifiek anders regelen) in principe 30 dagen na ontvangst van de factuur dan wel, indien dit eerder is, het leveren van de prestatie aanvangt. Het wettelijke rentetarief voor handelstransacties is sinds 1 januari 2013 7,75 procent.
De gewijzigde Europese richtlijn van 2011 heeft als doel nadere regels te stellen om betalingsachterstanden tussen ondernemingen te beperken, dit met het oog op het vergroten van het concurrentievermogen en de winstgevendheid van ondernemingen in Europa en het creëren van een zogenoemd ‘level playing field’ om concurrentievervalsing tussen lidstaten tegen te gaan.
Wettelijke rente bij handelstransacties tussen marktpartijen
De primaire wijze waarop de (Europese) regelgever betalingsachterstanden probeert tegen te gaan is door het opleggen van een reële renteverplichting bij te late betaling. Marktpartijen kunnen onderling zelf bepalen wanneer deze rente gaat lopen. Indien zij dit niet doen, geldt de eerder genoemde termijn van 30 dagen.
Nieuw is dat nu wordt toegevoegd dat marktpartijen deze termijn van 30 dagen na ontvangst van de prestatie of een totale termijn van maximaal 60 dagen slechts onder beperkte voorwaarden contractueel mogen verlengen. Een langere termijn dient uitdrukkelijk overeen te worden gekomen en partijen moeten kunnen beargumenteren dat deze termijn niet kennelijk onbillijk is voor de schuldeiser.
Indien in strijd met de wettelijke regeling een langere betalingstermijn wordt gehanteerd, kan de schuldeiser desondanks in lijn met de wettelijke regeling betaling van de hoofdsom en wettelijke rente afdwingen. Hiervoor dient de schuldeiser wel aannemelijk te kunnen maken dat een langere termijn kennelijk onbillijk voor hem is.
Wettelijke rente bij overeenkomst met overheidsinstelling
Geheel nieuw zijn de regels aangaande handelsovereenkomsten met overheidsinstanties (artikel 6:119b Burgerlijk Wetboek). Hierbij wordt uitgegaan van een situatie waarbij de overheid inkoopt of op andere grond een marktpartij een betaling verschuldigd is.
Ook in een dergelijk geval is sprake van een betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur dan wel, indien dit eerder is, na uitvoering van de prestatie, tenzij partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen. Een uitdrukkelijk overeengekomen betalingstermijn van meer dan 30 dagen na ontvangst van de prestatie is ook hier alleen toegestaan indien deze termijn niet kennelijk onbillijk is voor de schuldeiser.
De regels zijn nog wat strenger dan bij handelstransacties tussen marktpartijen. De totale betalingstermijn mag namelijk alleen langer zijn dan 30 dagen als de bijzondere aard of eigenschappen van de overeenkomst dat rechtvaardigen en nooit langer zijn dan 60 dagen.
Voor meer informatie over wettelijke rente op betalingstransacties en hoe hiermee om te gaan in contracten met marktpartijen en overheidsinstanties kunt u contact opnemen met PwC Legal Services op 088-792 5044.