9 december 2008
Het reguleringsproces van de elektriciteitsector moet veranderd worden om toekomstige investeringen en innovaties mogelijk te maken. Daarbij zal de aandacht moeten verschuiven van steeds lagere tarieven, zoals nu het geval is, naar een breder welvaartsbegrip.
Dat concludeert Paul Nillesen in zijn promotieonderzoek. Hij promoveerde woensdag 3 december aan de Universiteit van Tilburg op de regulering van de elektriciteitsector.
Nillesen, binnen de Advisory-praktijk van PricewaterhouseCoopers (PwC) energie & utilities-leider, vergeleek de ontwikkeling van regulering in Europa, de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland. Bij het verschuiven van de aandacht naar investeringen en innovatie, zal de traditionele rol van benchmarking afnemen, aldus Nillesen. 'De efficiency van de netbeheerders ten opzichte van elkaar binnen het regulatorische kader is dan niet langer allesbepalend.'
Concurrentie
Verder blijkt uit het onderzoek van Nillesen dat de eigendomsontbundeling tussen productie en levering van energiebedrijven en het gereguleerde netwerk in Nieuw-Zeeland de efficiency van het netwerkbedrijf substantieel verbeterde. De concurrentie in de leveringsmarkt nam echter sterk af. Of dat ook in Nederland zal gebeuren, als de eigendomsontbundeling in 2011 van kracht is, valt echter moeilijk te zeggen. Het resultaat is volgens Nillesen sterk afhankelijk van de structuur in de sector en de vorm van regulering.
Paul Nillesen studeerde economie aan de universiteiten van Edinburgh en Oxford (Groot-Brittanniƫ). Sinds 2004 is hij director binnen de Economics-praktijk van PwC en sinds oktober dit jaar binnen Advisory energie & utilities-leider.