Maakindustrie kiest weer voor Nederland

Technologie

18 juni 2012

‘De maakindustrie is de kennisfabriek van Nederland en is daarom van vitaal belang om ons uit de recessie te innoveren.’ Dat stelt Ineke Dezentjé Hamming, de nieuwe voorzitter van de werkgeversorganisatie FME-CWM.

Concurrentiepositie

Eind vorig jaar nam zij de voorzittershamer over van Jan Kamminga. Ze benadrukt het grote belang van de technologische industrie voor onze welvaart: ‘In de maakindustrie werken 410.000 mensen en wordt jaarlijks 90 miljard euro omgezet. Ruim driekwart van de ondernemingen in Nederland richt zich op de uitvoer van hoogwaardige goederen en diensten. Het is kortom de motor van onze diensteneconomie.’
 
‘Het is mijn belangrijkste opdracht zo veel mogelijk barrières uit de weg te ruimen om optimale kennisuitwisseling binnen de sector mogelijk te maken en onze concurrentiekracht te versterken. Want een sterke maakindustrie maakt een sterk Nederland exportland. Alleen als we slimmer blijven dan onze concurrenten behoudt Nederland zijn goede marktpositie.’

Netwerk vol kennis en expertise

Gelukkig is er goed nieuws voor BV Nederland. Dezentjé Hamming: ‘Steeds meer technologisch hoogwaardige ondernemingen kiezen ervoor om hun processen en hun onderzoek- en ontwikkelingsafdeling(en) weer te concentreren in Nederland, in plaats van in lagelonenlanden. Dat is goed voor de werkgelegenheid en de innovatiekracht van Nederland.’

‘Ondernemers misten de volledige toegang tot het Nederlandse ecosysteem voor de maakindustrie. Dat unieke kennis- en expertisenetwerk van specialistische toeleveranciers, kennisinstellingen en hoogtechnologische concurrentie zorgt er namelijk mede voor dat onze technobedrijven overal ter wereld de meest uitdagende opdrachten binnenhalen.’

Tekort aan technisch personeel

Er zijn wel hindernissen te nemen als we onze concurrentiepositie willen behouden. Zo bestaat een schreeuwende tekort aan technisch geschoold personeel. Niet alleen vmbo’ers, maar ook mbo’ers, hbo’ers en academici. Dezentjé Hamming: ‘Er is een direct tekort aan 60.000 gekwalificeerde arbeidskrachten. En gezien de vergrijzing zal dit aantal de komende jaren alleen maar stijgen.’

Daarnaast sluiten de ROC’s slecht aan op de arbeidsmarkt. ‘Zij zijn in veel gevallen het contact kwijtgeraakt met de bedrijven die ze moeten bedienen. De financiering van ROC’s moet wat mij betreft worden gekoppeld aan de snelheid en kwaliteit van de uitstroom.’

Tot slot vormen concurrentievervalsende overheidsbemoeienissen een obstakel, zoals verschillen in exportregels tussen bijvoorbeeld Duitsland en Nederland.

Proeftuin Nederland

Dezentjé Hamming roept de Haagse politiek op het grote belang van de maakindustrie te onderkennen. ‘Ik daag de politiek uit om een duidelijk toekomstbeeld te schetsen van hoe ze onze eigen energie- en grondstoffenvoorziening de komende jaren ziet en aan welke alternatieven men de voorkeur geeft. Dat geeft de industrie houvast bij de investeringsbeslissingen voor de komende jaren. Zo maak je van Nederland een proeftuin.’

Dit artikel is een verkorte versie van een interview met Dezentjé Hamming in Inzake uw Zaken, een relatieblad van PwC, te downloaden via www.inzakeuwzaken.nl