25 juni 2009
Een heffing op internet om de vernieuwing in de krantensector te stimuleren is geen slecht idee. Althans, als overgangsmaatregel. Uitgevers moeten uiteindelijk zelf businessmodellen ontwikkelen om internet te gelde te maken.
.jpg)
Dat zegt Marieke van der Donk, media-expert van PricewaterhouseCoopers (PwC). ‘Ik vind de gedachtegang achter het idee van de heffing – aangeven dat content op internet niet gratis is – een goede. Mensen mogen wel een beetje opgevoed worden met het idee dat voor niets de zon op gaat, maar dat content niet gratis is. De commissie Brinkman heeft denk ik met de vraag geworsteld hoe je een prijs verbindt aan deze content. Een heffing is dan de minst gecompliceerde manier.’
Paradox
Van der Donk ziet de invoering van een eventuele internetheffing nadrukkelijk als een overgangsmaatregel. Uitgevers moeten zelf businessmodellen ontwikkelen om geld te verdienen met internet. ‘Uitgevers moeten de marketingfunctie versterken, zich veel meer richten op productontwikkeling, vooral op het gebied van online. Er zijn al goede voorbeelden. De Financial Times heeft een model waarbij lezers gaan betalen voor artikelen nadat ze eerst tien keer gratis een artikel hebben kunnen downloaden. Op deze manier hebben ze meer dan honderdduizend internetabonnees binnen gehaald.’
Volgens de media-expert van PwC doet zich de paradoxale situatie voor dat consumenten bereid zijn te betalen voor content op internet terwijl kranten een deel van die content gratis aanbieden. ‘Hier doet zich de gekke economische situatie voor dat het aanbod de vraag verstoord.’
Urgentie
PwC publiceerde onlangs een grote internationale studie naar de toekomst van de kantensector. Veel van de aanbevelingen die in dit rapport zijn gedaan komen overeen met die van de commissie Brinkman. Marieke van der Donk: ‘Ook wij pleiten voor het veranderen van processen rondom sales, distributie, redactie en productie. De suggestie van Brinkman bijvoorbeeld om de distributie van alle kranten centraal te organiseren, is een hele goede. Wat mij betreft worden de wettelijke hindernissen daarvoor zo snel mogelijk opgeruimd.’
Net zo enthousiast is ze voor het pleidooi om meer samenwerking tot stand te brengen tussen kranten en de (publieke) omroepen. ‘Dit zijn modellen waar iedereen mee aan de slag moet. Als je deze samenwerkingsverbanden niet zoekt dan is het risico groot dat er kranten omvallen, lokaal en nationaal. En dat is slecht voor de lokale democratie en slecht voor de pluriformiteit.’
Van der Donk ziet het rapport van de commissie ook als een aanmoediging voor de sector om te zich verder vernieuwen. ‘Het gevoel van urgentie is nog nooit zo groot geweest. Omdat het financieel slecht gaat met kranten, is het gevaar reëel dat uitgevers zich vooral richten op kostenreductie. Ik zeg dan: vergeet vooral ook niet te innoveren.’