12 december 2008
Met ingang van 1 januari 2009 is de nieuwe richtlijn 221 onderhanden projecten van kracht. Deze richtlijn geldt voor projecten in opdracht van derden en projectontwikkeling en heeft een aantal belangrijke gevolgen.
Waarom een nieuwe richtlijn?
Het blijkt dat de huidige richtlijn een aantal inconsistenties bevat. Bijvoorbeeld door de stelling dat onderhanden projecten onderdeel zijn van voorraden, terwijl de wet niet toestaat dat winsten worden opgenomen in de waardering van voorraden.
Ook stelt de huidige richtlijn dat de kosten van onderhanden projecten worden opgenomen in de vervaardigingsprijs (en dus worden geactiveerd), maar ook stelt de huidige richtlijn dat gemaakte kosten volgens de PoC-methode (Percentage of Completion) moet worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Dit is niet met elkaar te combineren.
Door bovenstaande problemen en inconsistenties bleek de toepassing van de huidige richtlijn moeilijk. In de nieuwe richtlijn zijn de bepalingen en verwerkingswijzen verduidelijkt.
De nieuwe richtlijn geeft een betere beschrijving hoe onderhanden projecten moeten worden gepresenteerd in de winst-en-verliesrekening en in de balans. Dit komt de duidelijkheid naar de praktijk ten goede.
Het belangrijkste element van de nieuwe (maar ook van de oude) richtlijn is en blijft dat de PoC-methode de verwerkingsmethode is.
Wat is het toepassingsgebied van de nieuwe richtlijn?
Bij onderhanden projecten moet een contract zijn overeengekomen met eenderde voor de constructie van een actief of combinatie van activa waarbij uitvoering gewoonlijk uitstrekt over meer dan een periode.
Ten aanzien van projectontwikkeling is er in principe geen koper die vraagt om de constructie van een actief. Toch zijn de elementen die horen bij projectontwikkeling vergelijkbaar met onderhanden projecten. Van groot belang is om vast te stellen of bij projectontwikkeling sprake is het overdragen van de voor- en nadelen verbonden aan het economisch eigendom aan de (prospectieve) koper. Er moet voor de toepassing van deze richtlijn een overdracht voor of tijdens de constructie hebben plaatsgevonden. Indien dit het geval is, zal komen vast te staan dat projectontwikkeling naar aard, risico en uitvoering gelijk is te stellen aan onderhanden projecten. Als (een deel van) het project is verkocht, wordt dit behandeld als onderhanden projecten. Het niet verkochte deel moet worden verwerkt in de voorraad (onderhanden werken).
Gevolgen van deze nieuwe richtlijn
De nieuwe richtlijn heeft een aantal gevolgen voor de jaarrekening, te weten:
- De basis van de presentatie van onderhanden projecten onder de nieuwe richtlijn is de winst-en-verliesrekening, terwijl het onder de huidige richtlijn de balans is.
- Onderhanden projecten worden niet meer gepresenteerd onder de voorraden, maar op een aparte regel tussen de voorraden en vorderingen.
- Onderhanden projecten mogen per project, dus gesplitst (debet en credit), of gesaldeerd worden gepresenteerd in de jaarrekening. Indien gekozen wordt voor salderen, moet in de toelichting een splitsing van de onderhanden projecten in projecten met een negatief financieringssaldo en positief financieringssaldo worden opgenomen.
- Indien het saldo van de onderhanden projecten negatief is moet dit credit op de balans worden gepresenteerd.
- Bovenstaande presentatie heeft waarschijnlijk impact op de solvabiliteit van uw onderneming.