IFRS niet gemakkelijker met beetje uitstel

(Internationale) Wet- en regelgeving

1 december 2011

De International Accounting Standards Board (IASB) lijkt minder haast te hebben met het doorvoeren van een omvangrijk pakket aan wijzigingen in de boekhoudstandaard IFRS. Eerder leek het erop dat de veranderingen in IFRS in 2015 met een ‘big bang’ van kracht zouden worden. Dat is nu een stuk minder zeker geworden. Enig uitstel maakt invoering echter niet automatisch gemakkelijker.

Dat zegt IFRS-specialist Pieter Veuger van PwC. Hij denkt dat een en ander te maken heeft met de wisselingen in het bestuur van de IASB, waardoor onder andere voorzitter David Tweedy opgevolgd is door de Nederlander Hans Hoogervorst. De vorige board kreeg veel kritiek omdat conceptregels te gefragmenteerd zouden zijn of er te weinig tijd was voor een testfase. De nieuwe bestuursleden lijken gevoeliger voor dat commentaar.

‘Er is in ieder geval veel uitgesteld en verschoven in de oorspronkelijke schema’s’, aldus Pieter Veuger. ‘De IASB lijkt te streven naar meer draagvlak voor de nieuwe regels. Ze lijken meer een houding te hebben van: 'het hoeft niet snel, als het maar goed is'. Er komen bijvoorbeeld op sommige onderwerpen extra consultatierondes.’

Consequenties voor jaarrekening

Beursgenoteerde bedrijven, voor wie IFRS sinds 2005 verplicht is, krijgen wellicht meer voorbereidingstijd, maar hoe dan ook wordt de invoering van de nieuwe IFRS-regels erg lastig, voorspelt Veuger. Zo komen volgens de voorstellen van de IASB in de toekomst alle leases, dus operationele én financiële, in de toekomst op de balans van bedrijven. Dit heeft nogal wat consequenties voor (het beeld van) de jaarrekening.

Veuger: ‘Leasecontracten hebben meestal een looptijd van een paar jaar. Hoe langer de looptijd, hoe groter de verlenging van de balans. En als de verslaggevingeisen veranderen gedurende de looptijd, gaan bedrijven dit soort langere contracten wellicht niet meer aan. Die regels, en de onzekerheid er omheen, heeft dus gevolgen voor zowel de lessor als de lessee.’

Hoeveelheid regelgeving

Veuger wijst verder op de grote hoeveelheid regelgeving (onder meer Dodd Frank, EMIR, Mifid II, Basel III, FATCA) die op de financiële sector afkomt, en die lang niet altijd helemaal in lijn is met de IFRS-voorstellen.

Een voorbeeld daarvan zijn de toekomstige boekhoudstandaard voor kredietvoorzieningen. Dat zijn de regels die zeggen dat banken een afwaardering van hun bezittingen moeten doen om het risico te dekken dat ze hun geld niet terugzien. Banken moeten daarbij een inschatting maken van de risico’s gedurende de hele looptijd van het krediet (expected loss-model). Basel III kent een soortgelijke vereiste met dit verschil dat banken slechts een jaar vooruit hoeven te kijken qua risico’s.

‘En wat doe je dan’, vraagt Veuger zich af. ‘Ga je je boeken inrichten op een toekomstige IFRS-standaard of de eis van Basel II die binnenkort ingaat?’

Stand van Zaken en planning grote IFRS-wijzigingen

Financiële instrumenten (IFRS 9): Draait om de vraag of kredietportefeuilles tegen marktwaarde (fair value) of kostprijs gewaardeerd moeten worden. De discussie over fair value is de afgelopen jaren in felle termen gevoerd, niet alleen onder specialisten maar ook op politiek niveau. Volgens critici heeft dit principe tijdens de kredietcrisis geleid tot het onterecht uithollen van vermogen en resultaat van financiële instellingen, met een onvermijdelijke reactie op de kapitaalmarkt als gevolg. In de verschillende voorstellen van de IASB is te zien dat de voorstanders van waardering tegen kostprijs deels hun zin hebben gekregen. Kredietportefeuilles waarin niet gehandeld wordt en die geen aandelen zijn, mogen bijvoorbeeld in de toekomst tegen kostprijs gewaardeerd worden. Dan gaat het bij voorbeeld om portefeuilles die niet worden aangehouden vanuit een handelspositie maar om de cashflow die zij kunnen genereren in tijden van liquiditeitsbehoefte.

Planning/Stand van zaken:  De IASB wil IFRS 9 aan het einde van het tweede kwartaal 2012 afronden. Daarna zal de EU-endorsement (het Europese goedkeuringsproces) beginnen.

Verzekeringsverplichtingen (IFRS 4): Voor de Nederlandse praktijk is een belangrijk onderdeel van deze voorstellen om de ‘corridor’ af te schaffen. Dit is de methodiek om actuariële resultaten over een langere periode gespreid ten gunste of ten laste van het gepresenteerde resultaat te brengen. Het afschaffen betekent dat het bedrijfsresultaat en het eigen vermogen van een werkgever met een toegezegde pensioenregeling (defined benefit, DB) zullen meebewegen met de financiële positie van het pensioenfonds.

Planning/stand van zaken: De IASB wil een nieuw voorstel van IFRS 4 voor het einde van 2012 publiceren. Dit voorstel zal dan later in definitieve regels moeten worden omgezet met daarna de EU-endoresement.

Leasing: Het onderscheid tussen operationele en financiële lease vervalt. Nu is het nog zo dat alleen financiële leases, waarbij de ondernemer het economisch eigendom en de risico’s draagt, als activa op de balans staan. Operationele leases zijn nu alleen nog terug te vinden als kostenpost in de resultaatrekening. De schuldpositie van bedrijven kan daardoor helemaal veranderen; de jaarrekening komt er anders uit te zien, terwijl er bedrijfseconomisch niets wijzigt.

Planning/stand van zaken: De IASB geeft in haar planning aan de nieuwe leasing regels eind 2012 af te hebben. Halverwege 2012 zouden er hernieuwde concepten gepubliceerd moeten worden.

Revenu Recognition: Dit gaat om de toewijzing van de omzet naar een bepaalde periode. Onder de huidige IFRS-regels zijn er verschillende alternatieven voor opbrengstverantwoording. In de nieuwe regels rest er nog maar één: de omzet moet verantwoord worden op het moment dat de goederen of diensten daadwerkelijk worden overgedragen aan de afnemer. Dat heeft bijvoorbeeld gevolgen voor bouwbedrijven, die anders dan nu, pas bij overdracht van (een deel)  van een project winst kunnen nemen. Dit geldt uiteraard ook voor andere langlopende contracten, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van maatsoftware.

Planning/stand van zaken: De planning van deze regels is gelijk aan die rond de leasing-regels. Definitieve regels staan voor einde 2012 op de IASB agenda, concepten midden 2012. De endorsement door de EU zal daarna aanvangen.