30 maart 2009
Nederland blijft in Europa achter met het gebruik van duurzame energie. Binnen de Europese Unie behoort Nederland tot de vijf minst presterende landen.

Dat blijkt uit het vorige week door PricewaterhouseCoopers (PwC) gepresenteerde rapport ‘Crisis or not, renewable energy is hot’. In het rapport vergelijkt PwC de beleidsmaatregelen in zeven Europese landen ten aanzien van duurzame energie en de effecten daarvan. PwC stelt dat de EU-ambitie in het huidige tempo niet wordt gehaald. Op dit moment is het percentage duurzame energie gemiddeld slechts zeven procent. Nederland behoort met een percentage van drie procent bij de vijf minst presterende landen als het gaat om het aandeel duurzame energie in de energiemix.
Miljoen windmolens
Om het aandeel duurzame energie in de primaire energiebehoefte van de EU van twintig procent in 2020 te halen, moet er in het komende decennium een extra investering met een equivalent van ruim één miljoen windmolens of een oppervlakte aan zonnepanelen van minimaal tweemaal de grootte van België worden gedaan. Deze investering ligt tussen de 1,8 en 22 biljoen euro, afhankelijk van het type energie en de keuze van de technologie.
In een reactie op de recente crisismaatregelen stelt PwC dat het goed is dat het kabinet juist in recessietijd geld steekt in maatregelen die de economie duurzamer maken. 'Echter, met de extra 500 megawatt energie uit wind op zee die het kabinet tijdens zijn regeerperiode wil realiseren, blijft het mijlenver verwijderd van het aantal windmolens dat nodig is om een reëel uitzicht te houden op de EU-doelstelling', zegt Aad Groenenboom, voorzitter van de Europese duurzame energiegroep binnen PwC en initiatiefnemer van het onderzoek. In 2020 wil het kabinet zesduizend megawatt aan offshore windvermogen in Nederland hebben staan. Om uitzicht op deze doelstelling te houden is het volgens Aad Groenenboom noodzakelijk dat het kabinet het bedrijven en particulieren makkelijker gaat maken om vergunningen te krijgen voor duurzame energieprojecten. Daarnaast moet ook de wirwar aan subsidieregels veel eenvoudiger.
Olieprijs
Volgens de onderzoekers laat de val van de olieprijs en de recente crisis vooralsnog negatieve effecten op de financiering van duurzame energieprojecten zien. Het rapport stelt dat ondanks de recessie het nu de tijd is om in duurzame energie te investeren. De voortdurende toename van het wereldwijde energiegebruik, de schaarste van fossiele brandstoffen en de groeiende zorgen over klimaatverandering zijn de belangrijkste redenen om aan te nemen dat investeren in duurzame energie voor de lange termijn zeer aantrekkelijk is. PwC concludeert dat de enorme uitdaging waar de Europese overheden voor staan om de doelstellingen te halen, veel kansen met zich meebrengt voor het bedrijfsleven. 'Naar verwachting zal de West-Europese duurzame energiemarkt toenemen met vijftien procent per jaar tot meer dan 150 miljard euro in 2012. Met de juiste stimulering door de Europese overheden, juist in moeilijke tijden, kan deze sector enerzijds een enorme stimulans geven aan verdere economische ontwikkeling en anderzijds bijdragen aan het halen van de EU-doelstellingen', stelt Groenenboom.
Cruciale factor
PwC concludeert dat beleidsmaatregelen die overheden treffen, een cruciale factor vormen bij het creëren van het juiste investerings- en innovatieklimaat. Zij dienen drastische en effectieve beleidskeuzes te maken, gericht op snellere procedures en het creëren van een flexibel doch stabiel en voorspelbaar speelveld voor duurzame ondernemers. Dit moet ervoor zorgen dat de snelheid van de ontwikkelingen significant wordt opgevoerd. 'Europese overheden dienen uit te gaan van de relatieve voordelen van hun eigen land. Daarbij is het zaak dat er een gezamenlijk Europese aanpak ontstaat en dat landen hun ervaring met bepaalde financiële prikkels, meer dan nu, met elkaar delen', aldus Groenenboom.
Uit het onderzoek blijkt dat directe stimulering, zoals subsidies en vergunningen, een grotere groei van het aandeel duurzame energie laten zien dan indirecte maatregelen zoals het opleggen van belastingen. Tevens blijken financiële prikkels die niet afhankelijk zijn van overheidsbegrotingen, zoals de gegarandeerde tarieven in Duitsland, zeer effectief. Hier betalen klanten via hun energierekening voor duurzame energie, in plaats van via algemene belastingen.