15 mei 2008
Horizontaal toezicht leidt tot een versnelling in afhandeling van fiscale zaken en vermindert risico's en kosten. Volgens Eelco van der Enden, partner bij PricewaterhouseCoopers, is dat uitstekend nieuws voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Hij signaleert echter ook bedreigingen.
Van der Enden, die ook verbonden is aan Nyenrode Centre for Tax Managment, betoogt in Het Financieele Dagblad van 15 mei dat er echter een groot aantal bedreigingen op de loer ligt waardoor het fundament van horizontaal toezicht kan eroderen.
Het beleid van de Belastingdienst om op een verantwoordelijke en transparante manier met elkaar om te gaan verdient steun, betoogt Van der Enden, temeer nu het ook wordt ingevoerd voor middelgrote en kleinere bedrijven. De Belastingdienst moet erop kunnen vertrouwen dat een onderneming zich fiscaal aan de regels houdt. Van der Enden: ‘De onderneming zal moeten aantonen dat zij fiscaal "in control" is, of hiernaar streeft. Aan de andere kant zullen fiscus en wetgever begrip moeten opbrengen voor het feit dat naleving van complexe wet- en regelgeving geen sinecure is. Hierin zit de grootste bedreiging voor het succes van horizontaal toezicht.’
Tien voorbeelden
Hij geeft tien voorbeelden van oorzaken die kunnen leiden tot wederzijds onbegrip en wantrouwen en daarmee het fundament van horizontaal toezicht eroderen.
1. De invulling van het begrip 'in control' zelf. Een fiscalist kan een heel ander idee van het begrip 'in control' hebben dan bijvoorbeeld de belastingambtenaar of de accountant. Dit is niet vreemd daar de meeste fiscalisten geen procesmanagers of controllers zijn maar jurist of fiscaal-econoom.
2. Geen budget en geen tijd. Fiscaliteit wordt in de onderneming niet belangrijk genoeg geacht om er voldoende budget en mensen voor vrij te maken. Fiscaliteit heeft geen operationeel of strategisch belang.
3. De organisatiestructuur. De onderneming werkt gedecentraliseerd en heeft geen duidelijke keuze gemaakt met betrekking tot de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de mensen die fiscaliteit centraal moeten managen. Onduidelijk is wie eindverantwoordelijk is voor fiscaliteit.
4. Goede persoonlijke relatie met de Belastingdienst. Een goede persoonlijke relatie met een belastinginspecteur geeft een gevoel van 'in control' zijn. Op basis van een fiscale procesanalyse blijkt dit misschien niet het geval te zijn.
5. Internal Control I. Internal audit of de afdeling risk management controleren geen fiscale zaken. Fiscaliteit valt buiten hun controleactiviteiten. Er is geen interne toetsing van de fiscale processen.
6. Internal Control II. Controle op naleving van wet- en regelgeving wordt door de afdeling fiscale zaken zelf gedaan. Er is geen objectieve interne controle van de fiscale processen. De verantwoordelijke controleert zichzelf.
7. Eilandcultuur. Fiscale zaken opereert op een eiland en iedereen vindt dat wel prima zo. Er is geen communicatie over en weer met de ander disciplines.
8. Fiscale schijnzekerheid: de accountant heeft de jaarrekening toch goedgekeurd! De accountant werkt anders dan de Belastingdienst. Goedkeuring van de jaarrekening door de accountant is geen garantie tegen fiscale nabranders.
9. Fiscale dinosauriërs. Fiscalisten bij de Belastingdienst, bedrijfsleven en adviseurs vinden het fiscale 'in control'-denken maar onzin en gaan verder op de oude voet, ondanks gemaakte afspraken. Dat tast de geloofwaardigheid van het systeem aan.
10. De rol van de wetgever. Ingewikkelde fiscale wetgeving kan niet zonder een aanzienlijke investering door bedrijfsleven en Belastingdienst worden nageleefd. De wetgever moet hierin zijn verantwoordelijkheid nemen en overgaan tot vereenvoudiging van het huidige fiscale stelsel.
Evident
Nederland heeft een evident belang bij een goed functionerend horizontaal toezicht. Wetgever, Belastingdienst en belastingplichtige moeten volgens Van der Enden daarom oog hebben voor bovenstaande potentiële bedreigingen. 'Want het mislukken van horizontaal toezicht kan Nederland zich om meerdere redenen niet permitteren'.