WNT in werking getreden per 1 januari 2013

Algemeen

8 januari 2013

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking getreden. Deze wet stelt een maximum aan de beloning van bestuurders en toezichthouders (‘topfunctionarissen’) in de publieke en semipublieke sector, waaronder zorg- en onderwijsinstellingen en woningcorporaties.

Hieronder zetten wij de belangrijkste elementen uit de WNT op hoofdlijnen uiteen.

  • Het wettelijk bezoldigingsmaximum voor 2013 bedraagt 228.599 euro bruto per jaar. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

Onderdeel

Maximum bruto bedrag (2013)

Beloning (brutosalaris inclusief o.a. bijtelling lease auto)

187.340 euro

Belaste onkostenvergoeding

8.069 euro

Beloningen betaalbaar op termijn (o.a. werkgeversdeel pensioen)

33.190 euro

  • De onder 1 genoemde onderdelen zijn uitwisselbaar, zolang het totaal van de onderdelen het bezoldigingsmaximum onder 1. niet overschrijdt.
  • Voor onderwijsinstellingen en woningcorporaties zijn, afhankelijk van de onderwijssector respectievelijk het aantal woongelegenheden, aparte (veelal lagere) maxima vastgesteld door de bevoegde minister.
  • Een eventuele ontslagvergoeding mag niet meer bedragen dan één jaarsalaris, met een maximum van 75.000 euro bruto.
  • De WNT verbiedt een winstdeling, bonusbetaling of andere vorm van variabele beloning overeen te komen, met uitzondering van een diensttijdgratificatie of een eenmalige mobiliteitspremie of bindingspremie.
  • De bezoldiging over de periode waarin de topfunctionaris is vrijgesteld van werkzaamheden, wordt aangemerkt als onverschuldigd betaald en kan door de minister worden teruggevorderd.
  • De WNT geldt voor ‘topfunctionarissen’, te weten bestuurders, toezichthouders, de hoogste ondergeschikten en degenen die belast zijn met de dagelijkse leiding. Wanneer een persoon leiding geeft aan slechts een onderdeel van een organisatie, dan valt hij of zij in beginsel niet onder de WNT. 
  • De bezoldiging van een toezichthouder mag niet meer bedragen dan 7,5 procent voor de voorzitter en 5 procent voor leden van het toepasselijke bezoldigingsmaximum.
  • De bezoldiging van een werknemer die niet in loondienst is (interimmer) en die in een periode van 18 maanden gedurende meer dan zes maanden de functie van topfunctionaris vervult, is gemaximeerd tot het toepasselijke bezoldigingsmaximum.
  • De bezoldiging en de eventuele ontslagvergoeding van topfunctionarissen en van niet-topfunctionarissen die meer verdienen dan het bezoldigingsmaximum dienen openbaar te worden gemaakt.
  • De bezoldiging die boven het maximum wordt betaald, kan door de minister als onverschuldigd betaald worden teruggevorderd van de topfunctionaris of de organisatie. In geval de organisatie bekostigd wordt door de minister, kan de minister het teveel betaalde bedrag verrekenen met de bekostiging.
  • Op grond van de overgangsregeling worden bezoldigingsafspraken met topfunctionarissen die op 6 december 2011 waren gemaakt, gedurende een periode van 4 jaar gerespecteerd. Daarna geldt een afbouwperiode van drie jaar in vier stappen. Wijzigingen in bezoldigingsafspraken of herbenoemingen na 6 december 2011 vallen direct (waarschijnlijk dus per 1 januari 2013) onder de WNT.

In het regeerakkoord van 29 oktober 2012 is opgenomen dat het bezoldigingsmaximum in de (semi)publieke sector niet langer gebaseerd zal worden op 130 procent maar op 100 procent van een ministersalaris. Verder zullen de maxima niet alleen gaan gelden voor topfunctionarissen, maar ook voor alle medewerkers in dienst van (semi)publieke instellingen.

De afspraken in het regeerakkoord hebben geen invloed op de WNT zoals deze per 1 januari 2013 in werking is getreden. Wel heeft de minister aangekondigd met een wetswijziging te zullen komen.

Voor meer informatie over de WNT dan kunt u contact opnemen met Charlotte Engel of Hans Linders van PwC Legal Services op 088 792 5044.