25 juli 2012
Vaak worden personen of klanten geconfronteerd met het verzoek om zich te legitimeren en wordt van de getoonde legitimatie ook nog eens een kopietje gemaakt, dat wordt opgeslagen in dossiers. Maar in veel gevallen is er helemaal geen bevoegdheid om te verplichten tot legitimatie, laat staan om een kopie te maken.

In een aantal gevallen is men verplicht om te vragen naar legitimatie en deze te kopiëren. Bijvoorbeeld in het kader van de loonadministratie, bij professionele (financiële) dienstverlening of bij het huren of tijdelijk meenemen van auto’s.
Daarentegen is het over het algemeen niet per definitie toegestaan identiteitspapieren te kopiëren bij leeftijdscontrole, registratie van hotelgasten, uitvoeren van een bepaald contract, aangaan van lidmaatschap en bij het aangaan van overeenkomsten met telecom- en internetaanbieders.
Risico op identiteitsfraude
Maar, er is vaak wel een gerechtvaardigde behoefte om de identiteit te verifiëren. Omdat deze praktijk een grote vlucht heeft genomen en dus regelmatig om legitimatie wordt gevraagd en kopieën worden opgeslagen, neemt ook het risico op identiteitsfraude toe en kan steeds makkelijker inbreuk worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de betreffende personen.
Het College bescherming persoonsgegevens heeft om die reden richtsnoeren gepubliceerd op de website cbpweb.nl (bereikbaar via de link aan de rechterkant van deze tekst). Deze geven aan welke regels de wet verbindt aan het verwerken van persoonsgegevens of het kopiëren van identiteitsdocumenten. Daarnaast gebruikt het college de richtsnoeren ook als basis voor handhaving van de wet- en regelgeving omtrent privacy en persoonsgegevens.
Voor meer informatie over de richtsnoeren voor het gebruik van ‘kopietje legitimatiebewijs’, kunt u contact opnemen met PwC Legal Services op 088-792 5044.