1 december 2011
Nederland presteert slechter dan de landen van de G20 als het gaat om het terugdringen van de CO2-intensiteit. In 2010 nam onze CO2-intensiteit - de verhouding tussen de CO2-uitstoot en het Bruto Nationaal Product - zelfs met 2,4 procent toe. Wereldwijd lag dat percentage op 0,6 procent.
Dat blijkt uit PwC’s Low Carbon Economy Index. Een index waarvoor de CO2-uitstoot van de G20 en Nederland werd geanalyseerd. Nederland eindigt op een teleurstellende 18e plaats.
'Tot 2050 moet de Nederlandse CO2-intensiteit met minstens 5,2 procent per jaar afnemen. Een onrealistisch scenario bij de huidige investeringen in de verduurzaming van onze economie', aldus Jeroen Kruijd, PwC-expert op het gebied van CO2-uitstoot.
Klimaatneutrale economie
Het PwC-rapport verschijnt tijdens de klimaattop in Durban en pal na de Klimaatbrief 2050 van de Nederlandse overheid. De klimaatbrief - waarin de lijnen worden uitgezet voor de transitie naar een klimaatneutrale economie - wordt gekoppeld aan de Routekaart 2050 van de EU gericht op 80-95 procent minder CO2-uitstoot dan in 1990. De Nederlandse overheid zet onder voorwaarden in op 40 procent reductie in 2030.
Meer duidelijkheid Nederlandse overheid
'CO2-uitstoot is letterlijk een grensoverschrijdend probleem. Het is belangrijk dat de Nederlandse overheid inzet op een mondiale aanpak. Ook moet de overheid een heldere positie innemen over hoe we de 2050-doelstellingen kunnen bereiken. Bijvoorbeeld door - in internationaal verband - per sector de route aan te geven naar de laagst mogelijke uitstoot', stelt Kruijd.
Economische groei versus groei CO2-uitstoot
In 2010 in Cancun hebben wereldleiders met elkaar afgesproken dat tot 2050 de temperatuur wereldwijd niet meer dan 2 graden mag stijgen. Daarvoor moet volgens Kruijd het verband tussen groei van CO2-uitstoot en economische groei worden doorbroken. 'Bij een neergaande economie daalt de CO2-uitstoot en lijkt de doelstelling dichterbij te komen, terwijl in feite een zeepbel ontstaat die uit elkaar spat als de economie aantrekt. Dat is precies wat in 2010 is gebeurd.'
Om deze zeepbel te voorkomen moeten we zowel de absolute uitstoot als de carbon intensiteit meten: CO2-uitstoot afgezet tegenover het Bruto Nationaal Product van een land. Op die manier kunnen we onafhankelijk van de economische groei of krimp zien of een land echt in staat is haar CO2-uitstoot te reduceren. Voor Nederland vraagt dat om een mix van serieuze maatregelen:
Er is een echte doorbraak nodig in de toename van de energie efficiency bij de industrie, maar ook in het verkeer bij woningen en kantoren. De industrie zou bijvoorbeeld jaarlijks een energie efficiencyfactor moeten behalen die tenminste de economische groei verslaat.
Een groot deel van de energiemix (tot wel 40 procent) zal verduurzaamd moeten worden door grootschalige toepassing van duurzame energie zoals zon- en windenergie en biobrandstoffen.
Ook CO2-opslag zal een belangrijke bijdrage moeten leveren aan een ambitieus klimaatbeleid. En dit blijft nodig totdat Nederland kan beschikken over 100 procent hernieuwbare energie.